
IJsheiligen
De IJsheiligen (11-14 mei) zijn weliswaar voorbij, maar het is nog wel erg koud voor deze periode. Joke en Fred houden daarom een aantal planten voorlopig nog binnen; dit zijn o.a. dahlia’s, courgettes en pompoenen.
Nog even wachten op wat warmer weer…..
Kapucijners
De bonen zijn nog niet gelegd/gezaaid, maar dat geldt niet voor de kapucijners. Zoals je op de foto kan zien staan deze er erg goed bij. Het hekwerk zorgt voor bescherming tegen vogels en hazen; de planten hebben zich goed kunnen ontwikkelen. Joke en Fred hebben gekozen voor een ras dat laag en bossig blijft en dus geen rek nodig heeft om tegenaan te groeien.
Platte bak en koude grond
De eerste oogst spinazie van de koude grond is binnen. Ook raapstelen en rucola staan op het menu.
De komkommerplantjes zijn uitgeplant in de koude bak: dat geeft voldoende bescherming en ze doen het daar altijd prima. In de koude grond is ook koolrabi gezaaid: na opkomst moeten de plantjes nog wel gedund worden.
Dopluis
Enige weken geleden zag Joke veel mieren in de kas bij de druiven. Dit is een indicatie dat er dopluis is. De grootste schade wordt veroorzaakt doordat de luizen een kleverige stof afscheiden, de zogenaamde honingdauw. Dopluis herken je aan de hele kleine rode eitjes die in een wit spinsel zitten, zowel op het blad als op de steel. Ze is toen gestart met het handmatig weghalen van de luis. En gelukkig heeft dat effect gehad: de meeste luizen zijn verdwenen.
Bonen
Bonen zijn heel gemakkelijk, kiemen snel en groeien snel, maar ze stellen wel een aantal belangrijke voorwaarden: zaai ze in niet te rijke, vaste grond. De grond moet dus luchtig zijn en dat doe je door het te mengen met wat grof zand en/of vermiculiet. En zaai de zaden niet te nat, want de grote zetmeelhoudende zaden kunnen gemakkelijk rotten bij teveel vocht. En tot slot; zaai ze warm genoeg; bonen houden niet van kou en daarom zaai je ze altijd al na half tot eind april, en je zaait ze bij voorkeur rond de 20 tot 25 graden. Gezien het huidige koude voorjaar heb je dus nog voldoende tijd.
Stambonen
Er zijn lage (stambonen) en hoge rassen (stokbonen), met veel overeenkomsten maar toch ook een aantal verschillen.
Stambonen worden zo’n 30 tot 50 centimeter hoog. Het grootste voordeel van stambonen is het snelle groeien en dus ook snelle oogsten. Je kunt stambonen dan ook wat eerder én ook wat later zaaien dan stokbonen. Het nadeel van stambonen: doordat ze zo dicht bij de grond groeien en bloeien kunnen de planten in een natte zomer soms minder goed opdrogen na regen. En dan zijn de planten uiteraard gevoeliger voor ziekten/rot/schimmels.
Stokbonen
Stokbonen moeten eerst veel stengels en blad maken om te klimmen. Eigenlijk klimt een stokboon niet maar slingert ze. Ze slingert zich rond een stok of draad omhoog, tot meer dan 200 centimeter hoog. Er zijn stoksperziebonen en stoksnijbonen en die worden beiden even hoog. Het voordeel van stokbonen is dat de opbrengst hoger is dan van stambonen. Dat komt omdat de
plant verticaal groeit en over de hele lengte van de ruim 200 centimeter bloeit en bonen maakt. Daarnaast kunnen de planten makkelijker opdrogen na een regenbui. En een ander leuk voordeel is dat je na de eerste oogst van boontjes onderin de planten niet meer hoeft te bukken en rechtopstaand kunt plukken.
Zaaien en oogsten
Met regelmatig zaaien en een beetje geluk met het weer kun je in principe tussen begin juli en begin oktober bonen oogsten en eten.
Begin dan vroeg (begin/half april) met het (voor)zaaien van stamsperzieboontjes. In mei (half mei t/m begin juni) zaai je stokbonen voor de oogst in juli en augustus. Dat kunnen zowel sperziebonen zijn als snijbonen. Zaaien dan t/m begin juli nog lage stamsperzieboontjes, voor de late oogst.
