
Aardappelen poten
Joke en Fred hebben eind maart de aardappelen gepoot. De aardappelrassen die ze verbouwen kiezen ze uit ervaring: belangrijkst is dat het vooral een lekkere aardappel is. Dit jaar zijn dat de rassen Santé en Alouette. Santé hebben ze al jaren en bevalt prima. Roseval hebben ze ook wel geteeld maar deze geeft veel vlekken en is daarom afgevallen.
Joke en Fred poten de middelvroege Santé en de middellate Alouette in één keer. Ze hebben een aardappelpoter en poten de aardappels op ca. 15 cm. diepte. De afstand tussen de rijen is 60 cm en de afstand tussen de individuele aardappels in de rij is ca. “een klomp”.
Zodra de aardappels opkomen worden ze aangeaard waardoor ‘ruggen’ ontstaan. Door het aanaarden worden de aardappels beschermd tegen eventuele vorstschade en is er meer ruimte voor de piepers om te groeien. Het aanaarden gaat het beste met een hak.
Sjalotten en plantuitjes
Ook de sjalotten en plantuitjes zijn gezet. Tussen de uien laten Joke en Fred wat ruimte zodat daar later worteltjes gezaaid kunnen worden. Dit zijn goede buren: als je wortel en ui bij elkaar zet, krijg je minder last van ziektes zoals wortelvlieg.
Zaaien
De zaailingen van de sla zijn in de kas uitgeplant. Joke en Fred zaaien bladgroenten, zoals sla, rucola en raapstelen om de paar weken, zodat er een regelmatige oogst is. Spinazie wordt tot de langste dag gezaaid: daarna gaat ie wel erg snel schieten. Bieten worden binnenkort ook gezaaid. Joke zaait ze dun op rijen en dunt ze later uit.
Schoffelen
Vanaf nu is schoffelen heel belangrijk; zo houd je het onkruid onder de duim. Schoffelen is het beste bij droog weer: het onkruid droogt dan snel uit.
Wat komt al op?
De pioenrozen en rabarber komen nu op: altijd een mooi gezicht!
Nog meer over aardappelen
Populair
Aardappelen worden heel vaak en veel gegeten. Vroeger aten we ze bijna elke dag, maar sinds de komst van pasta, rijst en andere zetmeelhoudende producten is het wel wat minder geworden. Dat neemt niet weg dat de gemiddelde Nederlander toch minimaal 2 of 3 keer per week aardappelen eet. Overigens is door de Covid-19 crisis de markt voor de consumptieaardappelen bestemd voor de industrie ingestort. We eten (ingevroren) patat vooral in de horeca. Overigens zie ik wel altijd rijen bij de Febo en McDonalds…..
Teelt
Er zijn vroege, halvroege, middelvroege/late en late aardappelen, daardoor kun je de oogst spreiden en kun je over een lange periode verse aardappelen oogsten en eten.
Vroege rassen hebben een korte groeiperiode, 90-100 dagen en zijn meestal bewaarbaar tot het einde van het jaar. Hoe later het ras, des te langer is de groeiperiode en neemt meestal ook de bewaarbaarheid toe. De groeiperiode is voor middelvroeg rassen 100-120 dagen en voor de laatste rassen ca. 150 dagen.
Dit is overigens theorie en elk jaar zijn de omstandigheden net wat anders.
Hoe langer de groeiperiode, des te meer mogelijkheden er zijn voor de aardappelziekte (Phytophtera). Bij een kortere groeiperiode heeft aardappelziekte minder kans om toe te slaan.
Plantafstand.
Vroege aardappelen kan je wat dichter bij elkaar zetten (30 cm tussen de planten, 55 cm tussen de rijen) dan late rassen (45 cm tussen de planten en 70 cm tussen de rijen).
Zo’n drie weken na het poten komen de eerste bladeren tevoorschijn en kan je beginnen met aanaarden.
