
Aardbeien.
De grote hausse van aardbeienoogst is voorbij. Er staan nu heel wat potten aardbeienjam (soms aangevuld met ingevroren bramen uit 2020) in de kelderkast. Tegelijkertijd moet je dan óók weer denken aan de aardbeien voor volgend jaar. Joke en Fred hebben nieuwe stekken geplant: een deel vande stekken is gekocht en een deel zijn afkomstig van de oude aardbeienplanten.
Sap
Joke heeft met behulp van een ‘sappan’ sap gemaakt van rode bessen. Ook de kruisbessen zijn geoogst en verwerkt. De augurken en gele komkommer zijn ‘op het zuur’ gezet: over een paar weken zijn ze lekker om te eten.
Nog meer oogst
Sjalotten, uien en knoflook zijn geoogst. Deze hangen nu grotendeels te drogen. Door deze goed te drogen, kun je ze veel langer blijven bewaren.
Wintergroenten.
Witlof is gezaaid en de opgekweekte winterprei is uitgezet. Als je in januari de eerste zomerprei zaait, kan je van juli t/m het vroege voorjaar verse prei eten uit je eigen tuin.
Phytophthora/aardappelziekte
Het is leuker om te schrijven over de plezierige kant van het moestuinieren, maar deze keer wat meer informatie over de aardappelziekte, oftewel Phytophthora. Als je aardappelen en/of tomaten teelt dan moet je daar eigenlijk wel wat over weten.
Wat is phytophtora?
Phytophthora is een pseudoschimmel die zich razendsnel via de lucht verspreidt in een periode dat het warm en vochtig is. Logisch dat er op dit moment (eerst regen en nu weer zon) veel tuinders op ons complex er last van hebben. Slaat de ziekte toe? Dan blijft er niets anders over dan aangetast loof en stelen zo snel mogelijk te verwijderen. Doe je dit niet dan tast deze ziekte ook de aardappelen zelf aan. En dan is het meestal te laat om nog iets van je oogst te redden. Zieke knollen vertonen donkere, gerimpelde en beurse plekken. Ze verspreiden daarbij een erg onaangename geur, goed vergelijkbaar met die van rotte eieren.
Wat doe je er tegen?
Als er phytophthora heerst, moet je de aardappels heel goed in de gaten houden De belangrijkste tips om deze gevreesde schimmelziekte te voorkomen:
- Kies aardappelrassen die resistent zijn tegen Phytophthora
- Plant de aardappels zeker niet vaker dan drie jaar op een eerder daarvoor gebruikte plaats
- Op de Kromme Sloot hebben we hier een schema voor!
- Bemest niet té veel: dat maakt de planten slapper en daardoor ook vatbaarder
- Plant de pootaardappelen minimaal vijftig centimeter uit elkaar en houd zeventig centimeter afstand tussen de rijen: zo blijft er wat lucht tussen de planten. Zorg dat je bij het oogsten geen aardappels in de grond laat zitten
- Verwijder onmiddellijk zowel het loof als de stelen van aangetaste planten.
En tomaten?
Aardappelen en tomaten zijn nauw aan elkaar verwant: ze behoren tot de familie van de “nachtschades”. Ze zijn allebei heel gevoelig zijn voor de aardappelziekte en kunnen elkaar dus ook heel gemakkelijk besmetten. Dat geldt zeker voor buitentomaten die vlakbij de aardappels staan. Tomaten in de kas kunnen de dans ontspringen: een kas is een half gesloten systeem en dat betekent dat een ziekte of plaag lastig binnen kan komen. Let dus op, zeker bij vochtig weer, met het openen van ramen en deuren, want de phytophthora-sporen verspreiden zich door de wind. Langzamerhand komen er ook tomatenrassen op de markt die minder gevoelig zijn voor phytophthora.

De kapucijners zijn geoogst. Dat was een week of wat eerder dan gepland, maar het leek verstandiger ze nu te oogsten dan ze in de nattigheid te laten hangen : de kans op schimmelvorming is dan vrij groot. Het doppen van de kapucijners is altijd een tijdrovend werk maar het resultaat is prima. Verder zijn de stokbonen nu flink aan het klimmen. Joke en Fred helpen de bonen altijd om de stokken heen. Doe dat tegen de wijzers van de klok in. Stokbonen hebben de typische eigenschap dat de stengels links windend zijn. Eigenlijk lijkt dat tegennatuurlijk, want je zou verwachten dat zo’n plant achter de zon aan zou groeien, maar hij gaat dus juist de andere kant op. Het is de aard van het plantje.
eten. Wacht niet te lang met het zaaien van radicchio (roodlof). Met een beetje geluk (goed najaarsweer) gaat dat goed en kun je die in de herfst oogsten. Juli is ook een prima maand om postelein te zaaien. Zaai de fijne postelein op een stuk grond en dek af met een doek of juten zak. Maak het goed nat. Haal de zak na een weekje eraf en je zult zien dat de postelein gekiemd is. Als laatste zaaitip: zaai nog een regeltje stengeluitjes (bosuitjes).
Je kunt natuurlijk ook nog wat plantjes kopen. Denk dan aan allereerst aan koolsoorten. Er is een heleboel variëteit: boerenkool, spruitjes, witte kool, rode kool en savooiekool. Scherm ze goed af, want de DKS-hazen zijn gek op het jonge frisse blad. Venkel kun je nu ook uitplanten. Ook (winter) prei kan je als plantjes kopen. Plant de winterprei in flinke gaten (zie foto): dat bevordert de wortelgroei.
Alle paprika- en peperplantjes staan nu in de kas. Bij elk bezoek aan de tuin (en de kas) is het “dieven” van de tomaten een terugkerend werkje. De druiven die in de kas staan zijn teruggesnoeid tot 3 bladeren na de laatste tros aan de rank. (op de tekening wordt tot 2 bladeren gesnoeid.)

Joke en Fred houden van kruiden en hebben een heel assortiment gezaaid: peterselie, koriander, dille, kervel en bonenkruid. Ook (bleek) slederij is gezaaid.
Verzamel een partij heermoes en zet deze onder water in een emmer. Zet de emmer in de volle zon
Bananenschillen bevatten veel kalium. Door bananenschillen in het plantgat te gooien of aan de voet van plan in te graven zullen ze op natuurlijke wijze composteren waardoor kalium vrij komt als voedingsstof. Kalium zorgt voor grotere en talrijkere bloemen. Groentes die kalium goed kunnen gebruiken zijn onder andere k
De bonen zijn nog niet gelegd/gezaaid, maar dat geldt niet voor de kapucijners. Zoals je op de foto kan zien staan deze er erg goed bij. Het hekwerk zorgt voor bescherming tegen vogels en hazen; de planten hebben zich goed kunnen ontwikkelen. Joke en Fred hebben gekozen voor een ras dat laag en bossig blijft en dus geen rek nodig heeft om tegenaan te groeien.
Enige weken geleden zag Joke veel mieren in de kas bij de druiven. Dit is een indicatie dat er dopluis is. De grootste schade wordt veroorzaakt doordat de luizen een kleverige stof afscheiden, de zogenaamde honingdauw. Dopluis herken je aan de hele kleine rode eitjes die in een wit spinsel zitten, zowel op het blad als op de steel. Ze is toen gestart met het handmatig weghalen van de luis. En gelukkig heeft dat effect gehad: de meeste luizen zijn verdwenen.
Er zijn lage (stambonen) en hoge rassen (stokbonen), met veel overeenkomsten maar toch ook een aantal verschillen.
plant verticaal groeit en over de hele lengte van de ruim 200 centimeter bloeit en bonen maakt. Daarnaast kunnen de planten makkelijker opdrogen na een regenbui. En een ander leuk voordeel is dat je na de eerste oogst van boontjes onderin de planten niet meer hoeft te bukken en rechtopstaand kunt plukken.
Na de regen vorige week schoot het onkruid omhoog. Het merendeel van het onkruid wordt weggeschoffeld, maar weerbarstige onkruiden zoals boterbloem en paardenbloem gaan met wortel en al de grond uit. Ook het vervelende zevenblad dat zich in de heg heeft genesteld wordt zoveel mogelijk met wortel en al weggestoken. De sporendragers van de heermoes worden afgeplukt. Heermoes verspreidt zich niet alleen via de wortels, maar ook, net als varens, via sporen. Deze sporendragers worden maar 10-15 cm. Hoog. Bij aanraking komen de sporen los en worden door de wind meegevoerd. Joke en Fred voeren deze sporendragers zoveel mogelijk af en worden zeker niet in de compost verwerkt.
Joke en Fred gebruiken regelmatig de BD-zaaikalender van Maria Thun . Deze is er ook als app (deels gratis en volledig voor € 6,49 per jaar).

Rolschoffel
Grond klaarmaken
Ook de sjalotten en plantuitjes zijn gezet. Tussen de uien laten Joke en Fred wat ruimte zodat daar later worteltjes gezaaid kunnen worden. Dit zijn goede buren: als je wortel en ui bij elkaar zet, krijg je minder last van ziektes zoals wortelvlieg.
Wat komt al op?
Schoon onder de heg


Onderhoud greppel
